Verhalen

 

Kleptomanie

Mijn therapeut heeft een blik in haar ogen die me niet bevalt. Vorige week onderbrak ze mijn verhaal. De tijd was om, zei ze. Ze liet me vertrekken met een nieuwe datum in mijn agenda en mijn mond gevuld met woorden die ik nog wilde zeggen. Woest was ik, toen ze me de deur wees. Verwoede pogingen om mijn verhaal af te maken leidde alleen maar tot meer ergernis. Ze bleef stellig bij haar besluit. Nu kijkt ze me aan, met een ernstige blik en is het haar mond die gevuld is met woorden. Woorden die smeken om een spijtbetuiging. En hoewel ik spijt heb van mijn daad, weet ik dat het niet de laatste keer zal zijn.

Het is een week geleden dat ik na onze eerste ontmoeting, kokend van woede terug ga naar huis. Onderweg gooi ik alle scheldwoorden eruit die ik haar maar kan toewensen. Ik verwens haar vreselijke ziektes. Hoe kan ze me zomaar onderbreken, midden in mijn verhaal en met al mijn verdriet wat erbij hoort, de deur wijzen? De stroom aan woede blijft maar komen tot mijn ziekelijke neiging mij een passende oplossing in het oor fluistert. Een geweldig plan zorgt dat ik in een half uur weer terug ben bij de GGZ instelling.

Op de hoek van de ruime wachtkamer heb ik goed zicht op de rechtervleugel. Ik verstop me achter een grote plant op de hoek van de gang. Hiervandaan kan ik haar kamer nauwlettend in de gaten houden. De deur gaat open als ze haar cliënt richting de receptie begeleidt. Zonder enige twijfel glip ik haar kamer in waarna ze spoedig volgt. Met ingehouden adem en een bonzend hart sta ik geruisloos naast de kast tot ze de kamer opnieuw verlaat. Dit is mijn kans om toe te slaan. De adrenaline stuitert door me heen en brengt me in de hoogste staat van paraatheid. Mijn hart voel ik zo hard kloppen dat ik mijn hand op mijn borst druk. Op de hoop dat ze de slagen in de gang niet zullen horen. Snel kijk ik over haar bureau. Wat een rommel voor iemand die orde moet scheppen in iemands hoofd en gedrag. Overal verspreid liggen aantekeningen met stukken tekst die hier en daar omcirkelt zijn. Op de hoek van haar bureau staat een fotolijst. Ik kijk naar een lachende therapeute met twee kinderen zoenend om haar nek en denk terug aan mijn verwensingen die ik eerder in de auto deed. Voor me ligt een kladblok opengeslagen. Waarschijnlijk aantekeningen van het volgende slachtoffer, en schuif zo snel als ik kan alle losse blaadjes en de kladblokken bij elkaar. Als ik een kladblok naar me toe schuif, komen er alleen maar meer aantekeningen tevoorschijn. Als ik alles bij elkaar schuif bedenk ik me. Is ze eigenlijk wel echt therapeut? Mijn oog valt op een grijs lijstje aan de muur met daarin een bewijsstuk dat moet aantonen dat ze ooit echt haar best heeft gedaan. Dus toch. Snel maak ik een stapel van de papieren en schuif ze in mijn winterjas die prima dienst doet als opbergvak. Het elastiek onder aan mijn jas is de perfecte ondersteuning. Snel verlaat ik haar kamer en eenmaal terug in de auto wordt ik overvallen door een overweldigend gevoel van trots. Ik ben de beste kleptomaan die er bestaat! Euforisch en met een bevredigend gevoel omarm in de gerechtigheid. De stapel papieren leg ik op de bijrijdersstoel. Als verhalen, beladen met emoties niet de volledige ruimte krijgen die ze verdienen, dan heeft ze de aantekeningen ook niet nodig, denk ik stellig.

En nu een week later zit ik weer tegenover haar. Haar ernstige blik, afgewisseld met een blik van medelijden op mij gericht. Dit doet ze expres om mij te laten voelen wat kleptomanie met het slachtoffer doet. Ze wil aangifte doen bij de politie. Iemand heeft haar aantekeningen gestolen en die iemand krijgt daardoor nu een strafblad, zegt ze. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan! Hoe stom! Ik, iemand die op straat nog niet boven een stoeptegel uit durft te komen van angst, staat op het randje van wel of geen strafblad! Iets wat ik heel goed kan, en elke keer zo spannend is om te doen, is bestempeld met een aantekening! Ze kijkt me streng en doordringend aan en ik schuifel zenuwachtig op mijn stoel heen en weer. Mijn wangen beginnen te gloeien. “Gelukkig heb jij het niet gedaan toch? “.

 

 

Leeg

De leegte van mijn leven en de leegte van mijn portemonnee. Alles om me heen voelt al heel lang leeg. Al een jaar zit ik thuis zonder werk, door lege vacaturebanken. Wel wordt ik vergezelt door stapels rekeningen. Dat dan weer wel. ’s Nachts wordt de slaap me ontnomen door de financiële zorgen. Het is februari als ik mijn verhaal schrijf, de maand waarin er maar 28 dagen bij elkaar zijn gesprokkeld. De thermometer is leeg. Beloofden ze van het KNMI nog 3 graden, mijn thermometer komt niet boven het vriespunt uit. 30 april? Na dit jaar voelt zelfs deze dag leeg. Ik vraag me af wat de bedoeling kan zijn van deze leegte om ons heen.

leegte1Uiteindelijk kan ik alleen maar concluderen dat ook het hart van de regering leeg moet.Ik voel geen enkel respect. Geen enkele baan wordt extra gecreëerd, al is het maar om mijn gezinnetje te redden. Mark Rutte heeft geen gezin en hoeft zich daarom ook niet te verantwoorden. De koelkast is enkel alleen voor hem. Als hij hem al ooit gebruikt. Ik had liever gezien dat het Rijk ons anders liet bezuinigen om niet geïrriteerd te raken, moedeloos of juist gewelddadig. Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldsvorm in onze samenleving. De financiële druk in gezinnen wordt groot. Misschien wel té groot. Bijna 40.000 kinderen waren vorig jaar volledig of deels aan het ouderlijk gezag onttrokken. Een enorme stijging. Mede omdat ze onder druk kwamen te staan van de financiële crisis.

En juist als we aan de dagelijkse realiteit willen ontvluchten wordt de wietpas ingevoerd. Daar wordt dan weer wel geld voor vrijgemaakt. De accijnzen op alcohol en tabak wordt verhoogd, om mensen te laten stoppen met hun verslaving. Beste regering, hoe kan een mens nu stoppen met roken en drinken als de financiële nood zo hoog is? De jeugd drinkt zich thuis in om een leuke stapavond te kunnen hebben. De wachttijd bij de psycholoog duurt maanden en ben je dan eindelijk aan de beurt, mag je na 5 keer je hart luchten dik betalen. En zo is de cirkel rond, want was dát nou net niet één van de redenen dat je naar de psycholoog ging, omdat de druk te hoog wordt door de zorgen?

Ik kan je rekeningen niet betalen, maar ik kan je wel vertellen waarom jij je niet leeg hoeft te voelen en elke dag weer absoluut de moeite waard bent om gezien te worden. Want er is een ding, waar de regering nooit op kan bezuinigen. Mijn medeleven met jou. Omdat ik weet dat we nu gelijken zijn. We zijn bondgenoten geworden. Je bent welkom bij mij. Ik luister en jij vult je hart. Met aandacht.