Metaforen

Geluk

In de volle zon voel ik haar om me heen. Onaantastbaar, verleidelijk en vreugdevol. Ze zit in mijn ogen, mijn handen en mijn lach. Kleine stukjes die niet wilden passen, vallen als puzzelstukjes als vanzelf in elkaar. Dan maakt ze me vrolijk en zorgt ze dat ik straal. Ze opent mijn deuren, en met een wijds uitzicht kijk ik naar de horizon. Zorgeloos laat ik mij meenemen door de vlagen van de wind. Ik leef met mijn armen wijd open. Ze schenkt mij mogelijkheden in overvloed. Ik voel hoe ik groei en ze wil zijn daar waar ik ben. Sterk gebouwd op waarheden kijkt ze me fier aan. Met mijn vingers probeer ik haar aan te raken, te voelen hoe ze voelt, maar het lukt niet. Als in een droom is ze weer weg. Even voel ik mijn verlaten, terneergeslagen en depressief. Ik kan haar niet bewaren. Ik kan haar nergens neerzetten en haar ophalen als ik haar wil zien. Als ik bezit van haar neem gaat ze dood. Ik kan haar enkel koesteren, als ze aftast of ze wel welkom is. Verscholen in mijzelf wil ze de wereld groots aanschouwen. Dan vind ik haar in de scherven van mijn gebroken relatie of in het klavertje in mijn tuin. Ze jubelt te gaan daar waar de vreugde ligt. Ze inspireert me en laat me volmaakt door het leven dansen. Kom’, zegt ze , ‘Glimlach, je bent ervoor gemaakt!’.

 

 

 

 

 

De schoonheid van imperfectie

Een dikke laag stof bedekt een piano. De lessenaar houdt het bladmuziek vast, wat op haar beurt gesierd wordt door afdrukken van koffiecirkels. Op de toetsen liggen oude foto’s die vaag zijn geworden in hun kleur. Ik reik naar een foto die mij een gezicht toont van weleer. Een oudere vrouw lacht mij toe. Alsof ze blij is dat het gevonden is. Een voor mij bekende vrouw, die mij nooit als perfect heeft gezien, maar mij behandelde alsof ik het was. De nostalgie wil dat ik kijk, naar dat wat jij karakter hebt gegeven in het zichtbaar verstrijken van de tijd. Een handspiegel vraagt om opmerkzaamheid. Ik pak het handvat en kijk naar mijn spiegelbeeld.

Mijn oude gezicht vertoont een reflectie van wat ooit jong was. Mijn gerimpelde hand volgt de contouren van mijn gezicht en raakt de ontstane groeven. Je bent een vorm van menselijkheid die mijn gezicht karakteriseert met rimpels en ouderdom. Even laat ik gaan waarvan ik ooit niet wil dat het zo moest zijn. Jij accepteert mijn onvolkomenheid en gebreken. Ik neem plaats en verlangend naar het geluid druk ik de klavieren in. Je ontstemde geluid klinkt vervormt en vals, maar je toont karakter. Je laat me zien dat niet perfect zijn een schoonheid is. Een vorm van vrijheid. Het niets moeten maar er ergens toch nog zijn. Een herinnering die heden is geworden. Teveel van jou maakt chaos, waardoor je je schoonheid verliest. Dan moet ik schaven tot een mate van perfectie, wat het net niet helemaal is. Maar vandaag ben je perfect, in heel je schoonheid van imperfectie.

 

 

 

 

metafoor wind

De wind

Ik ben omgeven door de kracht van de natuur. Hij zo mysterieus, zo krachtig, zo sterk. Onzichtbaar, ontastbaar, maar zo aanwezig. Ik kan hem, enkel als de liefde alleen maar voelen. Hij is mijn vrijheid op een zomerse dag. Hij speelt met mijn haren, waait door mijn gedachten en neemt mijn zorgen mee. We dansen op het Noordzeestrand. Ik hou van hem, met zijn frisse kijk op de wereld. Sterk genoeg om de geur van jasmijn mee te laten voeren. Hij droogt mijn bruine huid… met aangeplakt zand. In volledige stilte kijken we naar de zon, die langzaam neergaat in de zee.

Als ik het strand verlaat, hoor ik jouw woei door de duinen en is de lucht wild met bladeren. Met ritselende geluiden ben jij het steuntje in mijn rug. Jij, verraderlijke oproer van de natuur. Je kijkt me straf en ongenaakbaar aan. Ik zet een ferme tred. En als ik over de duinen kijk, zie ik hoe je de rotsen slijpt in de woeste zee. Je trekt aan en in jouw woede, vind ik mijn ware richting.

Wie wind zaait, zal de winterstorm oogsten. Je frisheid verandert in guur, en ik schuil waar jij me niet vindt. Ik kan je niet controleren, maar ik kan mijn zeilen sturen. En dan is jouw woede, na de lente vaak niet meer dan een veertje in de lucht. En laat ik je stilletjes wegblazen, tot jij je rust hebt gevonden, in mijn lievelingsseizoen.

 

 

 

 

 

metafoor kus

De kus

Hij kuste haar als kleine witte sneeuwvlokjes die neerkwamen op de tedere huid van bebloede rode lippen. Zijn vermoeide strijdvaardige lichaam nam plaats naast haar, al steunend op het heft van zijn zwaard, geknield bij zoveel pracht. Hij veegde met de tederheid van zijn wijsvinger de rode vloeistof over de wang van de mooiste vrouw die hij ooit gezien heeft. Een diep verloren traan volgde zijn weg over zijn ruwbehaarde ongeschoren huid en viel als een laatste groet op haar neer. Zijn krachtige ros brieste in zijn nek en de damp liet een waas verschijnen waarin alleen zij deze betovering had kunnen verbreken.

 

 

 

 

En ik, ik sta daar!

Het is nog heel vroeg in de morgen, half zes om precies te zijn, als ik wakker wordt en de grote tuindeuren opensla.Voorzichtig treed ik op blote voeten de ontwakende wereld in en loop ik over het mooie groene tapijt des levens.Ik zie hoe de bloemen langzaam openen in hun pracht, de dieren rekken zich een voor een uit en de dauw van een nieuwe morgen ligt op de mooiste bladeren. Ik ruik de frisheid van een nieuwe morgen. Ik adem de magie van de natuur.

Maar er is meer. Voor mij zie ik de uitgestrekte velden en ik ren op mijn blote voeten, vol van verwachting, verder de wereld in, de heuvel op. En daar is ze. Met haar verwarmende en alles verpletterende liefde. Het mooiste wat ik ooit in mijn leven heb gezien. Ze is zo vol goud als altijd en in volle glorie schijnt ze op mij. En ik? Ik sta daar!

 

 

 

 

 

 

 

Ik  zal je een geheim vertellen

Haar aanraking was zacht als zijde, speels en onverwacht. Haar hand, mij meenemend, in haar wereld. Als een vlinder fladdert ze, zo zuiver en zo puur. Zij kent geen lagen van weerstand en onzuiverheid. Ze betovert en laat anderen betoveren, dat alles op haar eigen manier. Ze weet alles, zonder het te weten. Ze deelt met mij, niets is haar bezit. Haar wereld is groot en kleurrijk maar kent geen verdeling van religie en continent. Ze is de hemel, de blauwe lucht. Zij kent geen hel. Vrij en onbezonnen, geheel ongeremd. Zij is de vrijheid, zonder ook maar een beoordeling met zich mee te dragen. Ze lacht me tegemoet, danst en zingt haar lied en maakt de dingen die alleen zij kan maken. Zij kent de ongekende mogelijkheden en alles is beschikbaar door creatief te denken. Enkel alleen zoals zij dat kan. Haar uitstraling is als de zon. De twinkeling in haar ogen vult mijn moederhart met liefde. Onvoorwaardelijk houd ze meer van mij dan wie dan ook. Nimmer zal ze mij laten staan. Ze geniet van de mooiste verhalen, haar leven is als een sprookje en verwachtingsvol geloven we alles. Zij is de spiegel voor de maatschappij, en vertelt ons waar we de vrijheid van leven verstopt hebben.

 

 

 

 

 

Stilleven schrijven

Vastgehouden door de magie van de aantrekkingskracht hangt het tussen allerlei belangrijke notities. Van nieuwe nog onbetaalde rekeningen tot roosters die ik niet mag vergeten. Daartussen hangt het. Vol kleur trekt het de aandacht. Mijn blik went zich keer op keer naar het bord. Ik sta op en loop naar het bord en kijk naar de jouw eenvoudige maar heel herkenbare stijl, zoals elk kind deze hanteert op deze jonge leeftijd. Kriebelige lijnen vormen een huis, met in de lucht net zulke kriebelige wolken in de blauwe lucht en een stevige boom naast het huis. Met jouw uiterste precisie probeer je jouw boodschap mee te geven. Zoals ik mijn boodschap schrijf, maak jij het duidelijk in kleuren. Elke kleur wordt zorgvuldig door jou uitgekozen. Maar er is 1 ding wat mij opvalt. Opvalt omdat dit het mooiste is wat jij voor mij kon tekenen. De kriebelige hartjes in en om ons huis, wat volgens jou staat voor alle liefde die ik jou ooit gegeven heb en nog veel geven zal.

 

 

 

 

 

Tango

Tango

Het is namiddag als ik met mijn mannen anno 1850 de haven van Buenos Aires bereik. Na een vermoeiende reis blijkt dat ik zeer bedrogen uitkom in de armoedige havenstad van Argentinië. De stad die de gouden droom van ons Europeanen waar zou moeten maken, blijkt enkel armoede en werklozen te bezitten. De trossen van het zeilschip maak ik vast aan de dichtbij zijnde bolder.

De avond is gevallen en in de straten klinkt muziek bij het branden van de lantaarns. Stoere liederen zingend trek ik samen met de andere zeemanslieden nieuwsgierig naar het vertier. Achter mij klinken de messen in een gemeend spel tegen de vijandigheid van de lokale bevolking. Plaatselijke compadres maken passen op de maat van de muziek.

 

De muziek, die klopt als een hart, ritmisch in een vierkwartsmaat. Een milonquita wenkt mij. Gewillig schuift haar hand over mijn borst richting mijn hart, en even voor de mijne daar is, is de hare alweer verdwenen. Haar adem klinkt zacht en sensueel in mijn oor. Met een ferme blik kijk ik haar aan, mijn hand raakt haar hand, tot ze mijn hoofd wegduwt en haar hand langzaam afglijd tot het midden van mijn rug. Vastgehouden door de hoge concentratie van het liefdesspel volg ik gefascineerd haar stappen op de maat van de muziek. Volgzaam geeft ze zich over aan mij, de dronkaard. Haar passen lief, de mijne afgewend en agressief. Gracieus volgt ze op de bal van haar voet. De muziek van de bandoneon laait op. Een krachtig majestueus gevoel laat ons dansen door de straten. Het schouwspel van de Argentijnse tango presenteert zich nog één maal.

*milonquita – prostitué, *compadres – ontheemde bevolking afkomstig van het platteland.

 

 

 

 

 

De boekwinkel

Boekwinkels lonken met schatten aan avonturen. Een avontuur, daar wil jij je wel aan wagen. En daar, tussen al die schatten, ligt ze. De cover roept jou en je raapt haar op. Je slaat het boek open en staart naar de eerste letters. Ze dansen voor je ogen en reiken naar iets in de verte, maar je kunt ze nog niet pakken. De woorden blijven hardop onuitgesproken.

Je ruikt. De geur van bladzijden pakken je in haar macht. Je begint met lezen. Al volgend nemen de letters je in de emotie mee, naar iets zo dichtbij, je kunt het bijna proeven. Vreemde personen nemen bezit van jouw gedachten. De spanning beklijfd en voor je het weet is je verbeeldingskracht verloren aan een boek. Je negeert de dingen om je heen. Onzichtbaar voor de buitenwereld vormen de letters de trappen van je fantasie.

Niemand anders kan het verhaal beleven, zo bijzonder, zoals jij het beleefd. Je kunt overal heengaan en blijven waar je wilt zijn. Hoe meer je leest, op meer plekken op de wereld je zult zijn, maar nooit ben je alleen. En net, als je denkt dat je de waarheid kent, blijkt ze anders te zijn. Het verhaal neemt zijn wending en jij kunt niets anders doen dan volgen. Je was overtuigd, maar nu rijst enkel de vraag, hoe nu verder? Met ingehouden adem volgen je ogen in sneltreinvaart de letters. Op zoek. Naar het plot, een antwoord, op alle vragen die het verhaal jou stelde. Eenmaal gelezen, sla je het boek dicht. En besef je, je bent een ervaring rijker.

Laat je verleiden, laat je prikkelen door de ontelbare avonturen die elk verhaal voor je heeft. Ontdek de schatten van de boekwinkel. Kom, dan neem ik je mee naar werelden die voorheen niet bestonden. “Kom op! Lees! Waar wacht je nog op?