Koffers vol oud zeer

Daar staan ze. In de gang op de deurmat. Ik kijk naar twee koffers die afgeladen vol zitten met oud zeer. Klaar om definitief afscheid van te nemen. Vol met waarheden die geen waarheid meer zijn. Vervlogen overtuigingen die mij niet meer passen. Met leren riemen wordt de inhoud, opgevouwen op het bloemetjes patroon van de binnenbekleding van de koffer, bij elkaar gehouden. Zorgvuldig heb ik je ingepakt. Wat er rest is afscheid nemen van iets wat al weg is. In duizend stukken viel het kapot op de grond. Waar ik kon wilde ik mijn overtuigingen lijmen, maar barsten blijven zichtbaar. Daar kan geen mens meer wat aan doen. Het blijft zoals het is, de tijd is aan verandering onderhevig en ik moet mee. Alles wat ik zie blijkt anders te zijn, niets is meer wat het lijkt. Situaties werden uitgepakt, zelfs van hun inpakpapier ontdaan, om te laten zien wat eronder zit. Keuze op keuze boot zich aan en ik vocht voor bevrijding. Het leven nam een andere wending, weer anders dan dat ik dacht dat het zou nemen.

Ik kijk naar jou, de koffers van mijn verleden. Er is veel gebeurd. Alles is gepakt in goede gedachten van herinneringen. Er is geen spijt. Ik heb hard gewerkt om tot hier te komen. Ik kijk naar je met een rand van doorleefd verdriet, het verhaal wat ik aan jou koppelde. Ik dacht dat het de waarheid was. Ik beleefde de momenten van het loslaten. Het niet weten hoe ik verder moest zonder jou, je dreef mij vaak in paniek. Je liet mij zinloos analyseren, soms maanden lang, wetende dat het uiteindelijk geen antwoorden brengt. Ik heb gesmeekt of je wilde blijven, maar zelfs ontsnappen uit de wangedachte bleek onmogelijk. Ik koos nooit echt voor mezelf. Ik wilde het goeddoen voor jou, op de hoop dat je bleef. Mijn keuze lijkt bijna definitief. Nog even en de koffers zijn weg

Ik kijk naar een kleine vintage koffertje. Je ligt losjes in mijn hand. Voorzichtig zet ik je op de grond. Ik draai aan het cijferslot en het koffertje spring open. Ik vind een bosje bloemen met daaronder mijn nieuwe authentieke zelf. Voorzichtig haal ik het uit de koffer. Ze is rechtvaardig en eist haar bestaansrecht op in een ongekende kracht. Energiek, enthousiast en vol kracht wil het uit liefde leven. Verleden en heden bestaan niet meer als je leeft in het nu. Straks dat is voor later. Ik ga verder op de weg zoals mijn hart dat het liefste wenst, in de volledige vrijheid van het leven met de zo min mogelijke angst van het kwijtraken van wat er nooit echt is geweest.

De berg

In de verte zie ik een berg. De groengekleurde top steekt boven de wolken uit. Er bloeien kleurrijke bloemen op de top van de berg. Ik zie de vrolijkheid van dartelende lammetjes, vlinders die fladderen en hoe de zon er de warmte afgeeft. De lucht is ijler op deze hoogte waardoor het leven lichter aan zou moeten voelen. Ik fantaseer hoe geweldig het zou zijn als ik op die berg mijn leven zou kunnen voortzetten. Ik zie mijn geluk al schitteren in de verte!

Eenmaal terug in de realiteit kijk ik om mij heen. Ik sta op een berg. Ik heb al veel bereikt in het leven maar de berg is lang niet zo mooi en kleurrijk als het exemplaar in de verte. De grond is droog, dor zelfs. Er bloeien wel wat bloemen maar ze durven lang niet zo mooi en uitbundig te bloeien als op de andere berg.  Getreurd besef ik dat ik veel meer zou kunnen bereiken. Dingen die voor anderen misschien vanzelfsprekend zijn, zouden ook voor mij werkelijkheid kunnen worden. Ik zou zoveel meer kunnen bereiken, als ik maar…!

‘Wat wil je nou..?’ vraagt het leven mij, als ik al stilstaand de situatie bekijk. ‘Ik kan je niet helpen hoor als je niet weet wat je wilt! Pas als je weet wat je wilt zal je vinden wat je zoekt!’
Ik twijfel en kijk het leven aan.
‘Als je duidelijk weet wat je wilt en het goed voor je is, zal ik je inzet belonen en zal je zien dat puzzelstukjes als vanzelf in elkaar vallen. Zoniet, dan zal ik je heel ongemerkt een ander pad op dirigeren. Een ander en momenteel niet jouw gewenste bestemming’, zegt het plagerig.
Ik kijk het leven aan en bedenk mij dat ik maar beter niet aan hem kan vragen welk denken goed is, om een juiste keuze te kunnen maken.

Vanaf de berg kijk ik naar beneden. Een angstaanjagende diepte lijk ik in de ogen aan te kijken. Opkijkend naar de geliefde groene berg besef ik dat ik niet anders kan dan afdalen als ik vooruitgang wil. Diepte inschatten vanaf hoogte is onmogelijk en ik hoop dat het niet te diep zal zijn. Ik zal door de angst heen moeten en geven wat buiten mijn comfortzone ligt. Angst trotseren is winnen en mijn moed lonkt.

Ik besluit ervoor te gaan, neem ik een beentje uit een hazenpoot en het afdalen gaat als vallend water wat in het dal tot een rustig stromen veranderd. Waar mijn eenzaamheid een gelegenheid tot reflectie wordt als start naar een heel nieuw begin.

*beentje uit een hazensprong – sprong, splitsing in de weg

Libelle

Midden in het bos kabbelt het water onder mijn voeten door. Vanaf de veranda kijk ik uit over een meer wat omgeven is door flinke naaldbomen. Het is een zonnige lentedag en al genietend kijk ik naar de vele waterjuffers die het meer rijk is. Het is hier meer dan een idyllisch plekje.
Een kikker steekt zijn kopje boven water. Als hij mij ziet duikt hij van schrik kopje onder.
Het heldere water geeft mij de gelegenheid om hem te volgen. Hij verstopt zich onder een vastzittend stuk hout op de bodem van het meer. Kikkerbillen die er net niet onder passen verraden aandoenlijk zijn verstopplek. Onder water zie ik beestjes heen en weer zwemmen. Er zwemt een larve van een libelle voorbij. Deze ‘dragonfly’ mist schoonheid in elk deel van het woord. Ze wordt onder water in een eitje geboren, zwemt als larve in het meer en als het oud genoeg is kruipt het op de kant om als libelle de wereld rond te vliegen.

Nieuwsgierig hang ik over de veranda en oppassend dat ik niet in het water val, bekijk ik de onderkant van het houtwerk. Ik tref een zelfde ‘draak’ die zijn plek aan de boeg heeft gevonden. Zijn huidje ligt inmiddels onder hem. Het proces van ‘uitsluipen’ is net klaar. Nu is het wachten tot zijn vleugels gedroogd zijn en het getransformeerd de wereld in kan vliegen vol goede moed.

Er drijft een houtje op het water. Een prachtig gekleurde libelle laat zich erop meedrijven.
Ik bekijk de libelle vanaf de plek waar net zijn soortgenoot een transformatie heeft ondergaan. Hoe vaak krijgen wij een blik naar wat de toekomst mogelijk kan zijn? Transformeren is voor ons mens niets anders dan oude denkbeelden loslaten. Loslaten in wat wij bang zijn te verliezen. We denken vaak dat we er totaal aan onderdoor gaan, maar is dat werkelijk wel zo? Heeft het leven niet het beste met ons voor op lange duur? Is het willen zien dat de toekomst ons goed gezind is niet een nieuwe manier van vasthouden? Zelf zit ik in de nog steeds in de transformatiefase en moet ik leren alles los te laten wat mij lief is. Net als ik het ene heb kunnen loslaten dient het andere zich aan. Materialistisch gezien maar ook om hetgeen wat mij bijzonder aan het hart gaat. En dat laatste gaat gepaard met veel hartzeer. Onze intelligentie is te sterk ontwikkeld waardoor loslaten bijna een onmogelijke opgave lijkt. Leegte wil gevuld worden, met een glaasje wijn, met vrienden, met een huisdier. Maar wat als je leegte zou opvullen met geaccepteerde leegte? Loslaten brengt vrijheid.

Als het proces van loslaten is geschiedt kan er een heel nieuw begin verschijnen. Ik weet dat het zo werkt maar het daadwerkelijk ondergaan is van moeilijker aard. Het vinden van geduld speelt mij parten. En ook dat is een vorm van nog niet geheel kunnen loslaten. Gek genoeg ligt altijd dat wat je wilt bereiken net buiten bereik. Altijd net even een stap buiten je comfortzone. Terwijl die zone net zo comfortabel zou kunnen zijn als je jezelf toestaat.

Ik kijk naar de libelle op het houtje. Het beeld is mooier dan wat ik zou kunnen dromen. Het drijft rustig mee met de kleine golfjes die zorgen dat de natuur voortbeweegt. Het beste kan ik meebewegen als een golfje in het water. Soms zal ik als golfje onderbroken worden door een takje wat op het water drijft. Ik zal ertegenaan botsen, kopje onder gaan met de kennis dat ik daarna weer boven kom, verder dein tot mijn voeten vaste grond vinden aan de oever van de waterkant.

 

 

 

Verpoppen

Ken je dat gevoel van gevangen zitten? Ik doel natuurlijk niet op het oponthoud hebben in een file of omdat je vast staat in de rij bij een kassa. (omdat je dacht dat de kortste rij de snelste zou zijn.) Nee, ik bedoel het gevangen zitten als een rups die vastzit in een cocon die zich verpopt. Eerst was het leven prima als rups. Je kon eten tot je erbij neerviel en aankomen deed je niet. Sportscholen en andere fitnessclubjes wuifde je van de hand. Niet nodig. Het leven was een groot feest. Tot er een moment komt dat je gaat transformeren. Niet dat je doelbewust hebt gekozen om te gaan veranderen. Het gebeurt gewoon. Je maakt een simpele keuze en ineens lijkt het of de wereld met je mee verandert. Terwijl jij het bent die transformeert en de wereld uiteindelijk anders gaat bekijken. Waardoor de maatschappij als een spiegel werkt als reactie op jouw transformatie.

Vergelijk het met een rups, daarvan staat vast dat hij moet transformeren. Hij weet dat een nieuwe fase in zijn leven op hem wacht. Hij eet zich bomvol en naarmate hij ouder wordt vervelt zijn huid. Hij weet dat hij moet blijven eten tot zijn huid openbarst en de transformatie naar een nieuw ‘zijn’ is ingezet.

Nu hangt de cocon in camouflagekleuren aan een tak. Net zoals in het echte leven wordt je in deze situatie niet echt gezien. Er gebeurt niets spannends zolang je in de wacht staat. En alleen al om die redenen duurt wachten lang. Sommige onder ons blijven liever veilig in deze fase hangen. Ze willen wel maar durven niet. Ziet de wereld jou eigenlijk wel als je een rups bent? Of ligt de toekomst pas daar als je daadwerkelijk een vlinder bent geworden? En wat nu als je een nachtvlinder wordt? Zal je dan ooit pieken in je leven of wordt je alleen gezien door degene die jou bewust gaat zoeken?

En dan niet te vergeten het enorme geduld wat je moet hebben daar in die cocon. En daar bevind ik mij dus. Als een pop hang ik in een cocon. Oefenen in heel geduldig zijn, vergeefs zoekend naar vertier en tegelijkertijd afvragend wanneer de tijd juist genoeg is om naar buiten te treden. En zal dan alles zijn zoals je stiekem hoopt? Weet je als pop wanneer het juiste moment is aangebroken om naar buiten te treden zodat de zon je vleugels kan drogen? En wat nu als je naar buiten treedt en het regent dat het giet? In Nederland is die kans groot!

Toch weet ik zeker dat ik mij, net als de vlinder, niet zal weerhouden te transformeren. Binnenkort kruip ik uit mijn cocon. En vlieg ik de wijde wereld in als een prachtige en zelfverzekerde vlinder. En het geheim van een goede vlucht is deze: je moet het onmiddellijk doen, voordat je lichaam beseft dat het hoogtevrees zou kunnen hebben. Voordat je denkt dat je het niet kan. Want elke keer dat je denkt dat je het niet kunt zal angst je stevig aan de grond houden, verlies je de capaciteit om het automatisch te doen, en mis je misschien wel je allermooiste bestemming!

 

 

 

 

Bitterzoet

Naast de vervallen en verlaten kerk ligt een kerkhof. Het is een hof omsloten met hoge stalen hekken. Naast het hek staat een boom, oud en kaal waar de bast zich moeiteloos van loslaat. Bij elke windvlaag die opdoemt hoor je het slaan van de takken op elkaar. Op het kerkhof vind je een rustplaats waar de vogels niet meer fluiten en de muizen niet meer piepen. Hier is het waar de eeuwige duisternis het meest voelbaar is. Het zicht is beperkt door de mistflarden die rusten boven de grafzerken die in grote getale aanwezig zijn. Het is een angstaanjagend stille plek waar geesten voor eeuwig dwalen en hoop op leven voor altijd verloren is.

Een groep kraaien cirkelen krijsend rond de kerktoren. Een van de kraaien heeft zich afgezonderd. Haar onheilspellende gekras en een kille windvlaag kondigen haar komst aan waarbij ze landt op een stenen kruis. Vanaf het kruis landt ze op een grafzerk. Onder haar tekent het maanlicht haar schaduw. De kraai vind haar schaduw prachtig. Ze pikt eraan, krabt en kijkt ernaar. Ze draait in het rond en adoreert haar schaduw die bij elke beweging van de kraai navolgbaar blijft verschijnen. Maar dan heeft de schaduw er genoeg van. Dolgedraaid wordt ze wakker, slaat met haar schaduwvleugels en eet de kraai op. Zo verandert de kraai in een dode kraai.

Bitterzoet neemt ze plaats op de rand van het kruis. Diep in haar ogen ligt de toegangspoort naar het hiernamaals waarin ze de meesteres is geworden van de heilige wetten. De gulden regels van het spel op leven en dood, waar de kaarten voor altijd geschut in haar hand liggen. Het is een gevaarlijk kaartspel waarin niemand ooit teruggekeerd is uit het hiernamaals. De kraai vliegt op, krijst en valt uit elkaar in duizend krijsende kraaien die in chaos rondvliegen en een gedaante aannemen van een oude lelijke maar wijze vrouw. Wijs in haar overzicht op verleden, heden en toekomst tegelijkertijd, al kent ze geen tijdgevoel waardoor niemand echt weet hoe oud ze is.

Overdag bezoekt de oude vrouw de stad waarin ze de mens niet schuwt. En is ze de verborgen kraai die de mensen een spaarzaam moment in dezelfde ogen laat kijken. Hier zuigt ze het leven uit gewonnen harten die zullen sterven aan ziekte en plotseling lijden. De vrouw verandert haar oude werkelijkheid door de kracht van de wet op schoonheid aan te nemen in een verschijning die niemand ooit zal verafschuwen.

 

( naar een vrije invulling van de mythe op de kraai)

Verloren in Verlangen

En daar, zomaar ineens, staat ze voor me. In haar witte jurk met de rozenkrans om haar handen.
Haar lange haren speels in de wind. Ze lacht en knikt naar mij. Ze rent door het hoge gras, en plukt bloemen die ze in een krans om haar hoofd legt. Dan zwaait ze. Ik word rustig van binnen. Ik wil naar haar toe rennen. Haar aanraken. Knuffelen. Zeggen hoeveel ik van haar hou. Smeken nooit meer weg te gaan.
Als ik mijn ogen opendoe schuif ik terug naar mijn deel van het bed en kijk naar de plek waar jij in je pyjamaatje altijd naast me lag wanneer je niet kon slapen. Waar je lachend nog even een boekje aan mij voorlas.

Overdag word ik getroost. Mijn tranen vinden een schouder. Al wisselt de eigenaar van de schouder, langzaam word ik sterker. Ik draai naar het lege kussen. Wrijf met mijn hand over de onbeslapen plek. ‘Lieve meid, als de seizoenen eroverheen zijn, wordt het anders’, hoor ik mijn oma zeggen. Ik negeer de boodschap. Ik kan het nog niet aan. Met beide handen pak ik het kussen beet en druk het stevig tegen mijn borst. De pijn snijdt in mijn hart. Er zullen momenten komen dat ik je vergeet. Soms betrap ik mij op die momenten die nog zo onvergeeflijk aanvoelen. Momenten die ik wil koesteren, omdat het goed is verder te gaan.

Mijn tranen vloeien als ik naar jouw foto op het nachtkastje kijk. Blauwe ogen lijken mij hoopvol aan te kijken vanuit de donkere achtergrond. Via het openstaande raam fladdert een vlinder naar binnen. Verwonderd kijk ik hoe het landt op de rand van het fotolijst. Een diepe rust valt op mij neer. Langzaam durf ik mezelf toe te staan het kussen los te laten. Ik bekijk het wat van geen kwaad bewust lijkt te zijn. De vlinder fladdert op en verdwijnt door het raam naar buiten. Ik volg zijn weg en als ik mijn hoofd naar buiten steek, waar de zon mijn gezicht verwarmt en de wind een briesje over mijn gezicht laat gaan, hoor ik hoe jouw fotolijst met een harde klap in duizend stukjes glas op de grond valt.

Open Huizen Dag

Als de eerste lentestralen ons kikkerlandje bereiken, slaat de onrust toe en wil men verhuizen. De ‘Te Koop aangeboden’ borden worden volledig afgestoft stevig in menig voortuin geprikt. Met goede moed overigens. Het is Open Huizen Dag en het is lente, wat staat voor een nieuw begin. Daar hoort optimisme bij! De huidige bewoner denkt niet aan verkoop met verlies en kan nauwelijks wachten om hun eigen gekozen nieuwe optrekje te bekijken. Alvorens de woning bekeken is, is het al met rijke fantasieën gevuld.

Dit weekend was het Open Huizen dag. In mijn tuin wel te verstaan. Verschillende vogelhuisjes werden, al dan niet met verkoop- en aankoopmakelaar, druk bezocht. En deze gevleugelde vrienden zijn net als wij mensen kieskeurig als het om een nieuw optrekje gaat.

De Vinex wijk aan de schutting met felgekleurde woningen is overduidelijk niet in trek. Een koolmezenpaar die zich al vroeg in de morgen op huizenmarkt begaf liet deze nieuwbouwwijk links liggen. Het gevaar voor katten en roofdieren die een aantrekkingskracht hebben op felle kleuren van de woning acht dit paar te groot. Ook houden ze graag afstand van de buren. Ze vlogen door naar de oude kern van de tuin waar ze de wijk met neutrale woningen bekeken. Saai van kleur maar wel veilig. Hier werd de binnenkant van de woning zorgvuldig gekeurd op temperatuur. Bouwmaterialen dienen 1.5 cm dik te zijn, zoniet dan is de woning snel te warm of te koud. Ik zag een tevreden mezenechtpaar.

Ook de pimpelmezen hadden notie gekregen van de Open Huizen Dag en bezochten samen met de makelaar een vrijstaande villa in een bladerrijke omgeving. De makelaar deed zijn best om de potentiele bewoners te overtuigen dat de aanvliegroute perfect was gesitueerd bij deze villa. De mezen dachten er beduidend anders over. Vliegen en navigeren was niet wenselijk als je tussen bladeren en takken door strak voor de voordeur wilt kunnen landen. ‘Ze zochten graag nog even verder’ hoorde ik ze naroepen en vlogen de laan uit.

Een jong musje bezocht op eigen kracht de huizenmarkt. Ze vloog in en uit een holletje gesitueerd onder de dakpannen. Ze kiest duidelijk voor de optie huur ipv koop dit seizoen. Ze moest alleen haar partner nog zien te overtuigen dat ze deze plek toch het meest geschikt achtte voor haar te verwachten kroost.

De roodborst bekeek samen met mij het tafereel op de woningmarkt. Ze is een beschermd soort en heeft haar nest tussen de struiken al gevonden. Ze is met weinig tevreden. Ik denk dat ik zelf ook maar eens de woningmarkt opga. Op zoek naar een nieuw begin, vol optimisme uiteraard. Al is het maar om verzonnen ruimtes te vullen met rijke fantasieën.

De Muur

Het is een middag in de nazomer. Ik wandel over een paadje tussen de bomen en voel hoe de grond onder mijn voeten meeveert door het naaldenbosgrond. De zon doet haar best haar stralen krachtig tussen de naaldbomen door te laten zien. Stofjes dansen voor mijn ogen in het licht van de zon. Zachtjes ruist de wind tussen de bladeren door van de loofbomen die zich tussen de naaldbomen hebben verzamelt.

Ik kijk naar de glooiingen die het bos rijk is. Aan de zijkant van het pad zie ik een stronk van wat ooit een boom is geweest. Het is begroeit met mos en een varen siert de stronk op. Ik geniet van de rust die het bos mij brengt die ik naast de hectiek van het dagelijks leven zo hard nodig heb. Ik adem de geur van dennenbomen in en een vogel maakt de middag compleet met een intermezzo.

Genietend van de natuur om mijn heen nader ik het einde van mijn pad en hou abrupt halt midden op een kruispunt. Ik bekijk de verschillende mogelijkheden.
Links zie ik een breed zandpad met aan weerszijden struiken en hoge naaldbomen. Een pad met een open doel. Ik weet waar het toe leidt. Rechts van mij zie ik hoe het pad steeds smaller wordt en al kronkelend tussen de struiken verdwijnt. Het avontuurlijke pad, geschikt voor de momenten als ik me wil verstoppen onder allerlei excuses.

Onveranderlijk vervolg ik mijn pad. Een bospad met loofbomen die een poort van bladeren vormen. Hoe ver ik ook kijk, ik kan het einde niet zien. Even vraag ik mij af of ik niet beter het avontuurlijke pad had kunnen kiezen, of het pad waar van ik kon zien waar het naar toe leidde. In heel mijn twijfel bots ik ergens tegenaan. Een enorme muur belemmerd mijn pad. Vol verbazing kijk ik naar de muur die ik niet eerder opgemerkt had. Grote grijze stenen vormen een massa in de bosrijke omgeving. Totaal misplaatst. Ik loop een stukje terug mijn pad af en bekijk de enorme muur van een afstand. Het gevaarte is kolossaal. Aan weerszijden zijn geen mogelijkheden te zien waardoor ik om de muur heen zou kunnen lopen. Ik zou eroverheen moeten als ik mijn pad wil vervolgen. Ik bekijk de muur eens goed en zie hoe vingerhoedskruid tegen de muur omhoog groeit.

Op de muur zit een meisje. Haar lange haren vallen over haar schouders. Ze schommelt haar voetjes heen en weer. De zon schijnt net langs haar gezichtje waardoor ik alleen een silhouet kan zien. Het meisje trekt mijn aandacht en als ik dichterbij kom hoor ik hoe ze haar liedje neuriet. Vrolijk kijkt ze de wereld in. Ik kijk naar haar ogen, opvallend zuiver, een oogopslag zo lieflijk.
‘Hoi’ zegt het meisje. Even houden haar beentjes halt. Doordringend kijkt ze mij aan.
‘Je doet het goed’, zegt ze, en haar beentjes schommelen weer vrolijk verder.
‘Dank je wel’ zeg ik gevleid. ‘Ik zou graag verder willen maar deze muur staat in de weg’.
‘Dat klopt’ zegt ze. Het is nogal een gevaarte vind je niet?’
Zachtjes knik ik.
Ik neem afstand van de muur om te kijken of er nergens een deur zit waar ik ongezien doorheen kan glippen. Maar zowel rechts als links zie ik alleen maar gestapelde stenen.
‘Dit is het einde van jouw werkelijkheid’ zegt ze.
‘Kun jij zien wat er achter de muur ligt?’ vraag ik haar.
‘Tuurlijk’, zegt ze, daarom zit ik op de muur en kan ik in de verte kijken’.
“Wil je het mij vertellen?” vraag ik.
Wat daarachter ligt is jouw onwerkelijkheid’ zegt ze.
‘Mijn onwerkelijkheid?’ vraag ik. ‘Kun je vertellen of het mooi is en of het de moeite waard is?’
‘Zonder te weten hoe het eruit ziet, zou je erheen willen, of vind je het ook goed als je blijft waar je nu bent? vraagt ze.

Even denk ik na. In de werkelijkheid is alles vertrouwt. Ik ken mijn verdriet, mijn eenzaamheid, mijn spaarzame leuke momenten en ik weet hoe ik er mee om moet gaan. Ik kan mij staande houden in alles wat inmiddels allang verleden tijd is. Al zal ik nooit nieuwe dingen meemaken als ik altijd blijf daar waar mijn werkelijkheid ligt.

‘Hoe kan ik erheen als alles wat daarachter ligt onwerkelijkheid is?’
‘Dan moet je vertrouwen hebben dat de werkelijkheid zoals die nu is jouw verleden is. En als je vertrouwen creëert in alles wat nu nog voor je ligt, wat voor jou onwerkelijkheid lijkt, kun jij daar je toekomst mee vullen’.

‘Wat zou je wensen’ vraagt het meisje?
‘Dat ik nieuwe dingen mee ga maken, waar ik mij gelukkiger door ga voelen dan dat ik mij ooit heb gevoeld. Dat de zon feller in mijn gezicht schijnt en ik elke dag kan genieten van mooie bloemen om me heen. Dat angst en teleurstellingen geen onderdeel meer zijn van mijn leven en ik vrij ben’.
Het meisje staat op en tuurt de verte in van de onwerkelijkheid. Dan draait ze om en komt ze weer voor mij op de rand zitten.
‘Je moet het verleden achter je laten en geloven dat alles mogelijk is voor je verder kunt’.
‘Dat is goed’ zeg ik. ‘Mag ik nu over de muur heen?’
‘Tuurlijk, als jij gelooft dat alles mogelijk is, mag jij over de muur’.
‘Is er ergens een trap”, vraag ik?
Het meisje begint haar liedje te neuriën. ‘Je zoekt naar oplossingen uit jouw werkelijkheid’, zegt ze. ‘Geven die een opstap naar de onwerkelijkheid?’ Ze neuriet verder.

Ik loop naar de meidoorn die uitbundig tegen de muur bloeit. ‘Alles kan werkelijkheid worden als ik erin geloof’, zeg ik zacht. De meidoorn begint te bewegen, takken vouwen zich open. Eerst beginnen de onderste stammen zich horizontaal te vormen, dan de middelste en uiteindelijk doen ook de jonge scheuten bovenin mee. ‘Alles is mogelijk als ik er maar in geloof’, zeg ik nog een keer en stap voorzichtig op de onderste trede van de meidoorn, gevolgd door de volgende tot ik op de muur sta. Nog even kijk ik terug. Naar alles wat geweest is en ooit mijn werkelijkheid was. Ik draai me om en kijk recht in de zon die verblindend in mijn ogen schijnt en maak een grote sprong mijn onwerkelijkheid in.

Een nieuwe tuin

Sinds kort heb ik door een verhuizing een nieuwe tuin. En hoewel de tuin nog steeds midden in de stad ligt en je met recht mag spreken van een stadstuin, is deze toch landelijker van aard dan mijn vorige. Het leuke van deze tuin is dat er elke dag een hommel doorheen vliegt en zijn lunch nuttigt op een heidestruik. Even geleden stond het er nog vol met buxus. Nietszeggende strak geknipte bollen waar nymfen, zoals motten en schimmels hun lunch nuttigen en lang blijven hangen. Ik vond dat niet gepast voor mijn trouwe hommel. Ongenode gasten en een niet bijster interessant publiek.

Daarom heb ik besloten hem binnenkort te gaan verrassen met een nieuw centrum. Na uren van ploeteren was heel de oppervlakte kaal en werd mijn tuin voorzien van graszaad. Langzaam richten de eerste sprietjes zich richting de hemel. Nu is het hopen dat de hommel blij is met het plezier dat ik hem wil gunnen. Een heus gazon! Zelf kan ik niet wachten op de eerste maaibeurt van deze lente en de bijbehorende geur van vers gemaaid gras. Misschien zal er zelfs een madeliefje in gaan groeien. Een klein kioskje waar stuifmeel genuttigd kan worden. Zo zal het bijenpubliek aangetrokken worden en zal mijn hommel niet meer alleen zijn.

En hoewel heide ook vlinders aantrekt bedacht ik me dat ik het uitgaansleven maar moest opfleuren met een Buddleia. Als insect is het natuurlijk altijd fijn als er meerdere locaties in de buurt zijn waar je in overvloed kunt lunchen met vrienden of soortgenoten. Nu is het nog wachten op het lentezonnetje wat alles laat groeien en bloeien. Zodat het aantrekkelijker wordt voor de insecten om straks een terrasje te gaan pikken en tot in de late uurtjes te blijven hangen in mijn nieuwe voortuin.

Kleptomanie

Mijn therapeut heeft een blik in haar ogen die me niet bevalt. Vorige week onderbrak ze mijn verhaal. De tijd was om, zei ze. Ze liet me vertrekken met een nieuwe datum in mijn agenda en mijn mond gevuld met woorden die ik nog wilde zeggen. Woest was ik, toen ze me de deur wees. Verwoede pogingen om mijn verhaal af te maken leidde alleen maar tot meer ergernis. Ze bleef stellig bij haar besluit. Nu kijkt ze me aan, met een ernstige blik en is het haar mond die gevuld is met woorden. Woorden die smeken om een spijtbetuiging. En hoewel ik spijt heb van mijn daad, weet ik dat het niet de laatste keer zal zijn.

Het is een week geleden dat ik na onze eerste ontmoeting, kokend van woede terug ga naar huis. Onderweg gooi ik alle scheldwoorden eruit die ik haar maar kan toewensen. Ik verwens haar vreselijke ziektes. Hoe kan ze me zomaar onderbreken, midden in mijn verhaal en met al mijn verdriet wat erbij hoort, de deur wijzen? De stroom aan woede blijft maar komen tot mijn ziekelijke neiging mij een passende oplossing in het oor fluistert. Een geweldig plan zorgt dat ik in een half uur weer terug ben bij de GGZ instelling.

Op de hoek van de ruime wachtkamer heb ik goed zicht op de rechtervleugel. Ik verstop me achter een grote plant op de hoek van de gang. Hiervandaan kan ik haar kamer nauwlettend in de gaten houden. De deur gaat open als ze haar cliënt richting de receptie begeleidt. Zonder enige twijfel glip ik haar kamer in waarna ze spoedig volgt. Met ingehouden adem en een bonzend hart sta ik geruisloos naast de kast tot ze de kamer opnieuw verlaat. Dit is mijn kans om toe te slaan. De adrenaline stuitert door me heen en brengt me in de hoogste staat van paraatheid. Mijn hart voel ik zo hard kloppen dat ik mijn hand op mijn borst druk. Op de hoop dat ze de slagen in de gang niet zullen horen. Snel kijk ik over haar bureau. Wat een rommel voor iemand die orde moet scheppen in iemands hoofd en gedrag. Overal verspreid liggen aantekeningen met stukken tekst die hier en daar omcirkelt zijn. Op de hoek van haar bureau staat een fotolijst. Ik kijk naar een lachende therapeute met twee kinderen zoenend om haar nek en denk terug aan mijn verwensingen die ik eerder in de auto deed. Voor me ligt een kladblok opengeslagen. Waarschijnlijk aantekeningen van het volgende slachtoffer, en schuif zo snel als ik kan alle losse blaadjes en de kladblokken bij elkaar. Als ik een kladblok naar me toe schuif, komen er alleen maar meer aantekeningen tevoorschijn. Als ik alles bij elkaar schuif bedenk ik me. Is ze eigenlijk wel echt therapeut? Mijn oog valt op een grijs lijstje aan de muur met daarin een bewijsstuk dat moet aantonen dat ze ooit echt haar best heeft gedaan. Dus toch. Snel maak ik een stapel van de papieren en schuif ze in mijn winterjas die prima dienst doet als opbergvak. Het elastiek onder aan mijn jas is de perfecte ondersteuning. Snel verlaat ik haar kamer en eenmaal terug in de auto wordt ik overvallen door een overweldigend gevoel van trots. Ik ben de beste kleptomaan die er bestaat! Euforisch en met een bevredigend gevoel omarm in de gerechtigheid. De stapel papieren leg ik op de bijrijdersstoel. Als verhalen, beladen met emoties niet de volledige ruimte krijgen die ze verdienen, dan heeft ze de aantekeningen ook niet nodig, denk ik stellig.

En nu een week later zit ik weer tegenover haar. Haar ernstige blik, afgewisseld met een blik van medelijden op mij gericht. Dit doet ze expres om mij te laten voelen wat kleptomanie met het slachtoffer doet. Ze wil aangifte doen bij de politie. Iemand heeft haar aantekeningen gestolen en die iemand krijgt daardoor nu een strafblad, zegt ze. Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan! Hoe stom! Ik, iemand die op straat nog niet boven een stoeptegel uit durft te komen van angst, staat op het randje van wel of geen strafblad! Iets wat ik heel goed kan, en elke keer zo spannend is om te doen, is bestempeld met een aantekening! Ze kijkt me streng en doordringend aan en ik schuifel zenuwachtig op mijn stoel heen en weer. Mijn wangen beginnen te gloeien. “Gelukkig heb jij het niet gedaan toch? “.

1 2 3