Geluk

In de volle zon voel ik haar om me heen. Onaantastbaar, verleidelijk en vreugdevol. Ze zit in mijn ogen, mijn handen en mijn lach. Kleine stukjes die niet wilden passen, vallen als puzzelstukjes als vanzelf in elkaar. Dan maakt ze me vrolijk en zorgt ze dat ik straal. Ze opent mijn deuren, en met een wijds uitzicht kijk ik naar de horizon. Zorgeloos laat ik mij meenemen door de vlagen van de wind. Ik leef met mijn armen wijd open. Ze schenkt mij mogelijkheden in overvloed. Ik voel hoe ik groei en ze wil zijn daar waar ik ben. Sterk gebouwd op waarheden kijkt ze me fier aan. Met mijn vingers probeer ik haar aan te raken, te voelen hoe ze voelt, maar het lukt niet. Als in een droom is ze weer weg. Even voel ik mijn verlaten, terneergeslagen en depressief. Ik kan haar niet bewaren. Ik kan haar nergens neerzetten en haar ophalen als ik haar wil zien. Als ik bezit van haar neem gaat ze dood. Ik kan haar enkel koesteren, als ze aftast of ze wel welkom is. Verscholen in mijzelf wil ze de wereld groots aanschouwen. Dan vind ik haar in de scherven van mijn gebroken relatie of in het klavertje in mijn tuin. Ze jubelt te gaan daar waar de vreugde ligt. Ze inspireert me en laat me volmaakt door het leven dansen.

‘Kom’, zegt ze , ‘Glimlach, je bent ervoor gemaakt!’.